Luister ONLINE naar muziek van Johan Verminnen
Home Laatste Nieuws Concertkalender Forum Fotoboek Extra Muzikanten Discografie Lees & Luister CD shop Pers
Persberichten over Johan Verminnen

 
 
april 2006 Het Nieuwsblad (Dirk Musschoot) - "Mijn dorp is mijn dorp niet meer''
14/02/2006 De Standaard - Testbericht
06/09/2004 Het Nieuwsblad - Over de overleden Bram Vermeulen
17/04/2004 Gazet van Antwerpen - "Als ik een prinses ben, dan ben jij een prins"
22/10/2003 De Standaard - "Tegenlicht is een mooie plaat, een van Verminnens betere"
20/10/2003 Goed Gevoel oktober 2003 - Uit interview Johan Verminnen in Goed Gevoel, oktober 2003

 
   
"Mijn dorp is mijn dorp niet meer''

Bron: Het Nieuwsblad (Dirk Musschoot) (april 2006)

De roots van Johan Verminnen



Zanger Johan Verminnen (55) zingt liedjes over de plaatsen van zijn jeugd. Sinds enkele jaren schrijft hij daar ook boeken over, zoals Prinses van het Pajottenland (over zijn moeder) en Van Brussel naar de wereld (over onze hoofdstad). Ga met Verminnen naar Wemmel en hij zal je honderduit vertellen over hoe het daar vroeger was. Dirk Musschoot, foto's Pol De Wilde



,,Wij leefden als kinderen van rijke ouders terwijl wij altijd redelijk onbemiddeld zijn geweest. Mijn moeder heeft het altijd zo kunnen regelen. Vandaar dat ik haar prinses noem''



'We woonden op de Merchtemsesteenweg nummer 108, vlakbij de kerk. Een enorme tuin hadden we daar. Vandaag is die ingenomen door beton en door een stuk van een school. Maar toen! We hadden dat huis in vruchtgebruik van rijke mensen voor wie mijn moeder vanaf haar veertiende gediend had. Met witte handschoenen zonder morsen de soep opdienen, dat soort dingen.'',,Mijn moeder is van het Pajottenland, maar ze trok naar Brussel, naar de familie Marievoet in de Bériotstraat in Sint-Joost-ten-Node. Meneer Marievoet was leraar aan het conservatorium. Vlamingen die Frans spraken, afstammelingen van een Lakense orgelbouwer. Als in Sint-Goedele het Te Deum moest worden gezongen, met de koning erbij, was meneer Marievoet er de dirigent. Bij die familie heeft mijn moeder haar Frans en haar fijne manieren geleerd.'',,Die mensen hadden een buitenverblijf in Wemmel, op de Windberg. Een huis met geschiedenis, want de grote Vlaamse schrijver Maurice Roelants woonde daar voor hen. In dat huis heeft hij zijn meesterwerk Komen en gaan geschreven. In dat boek speelt mijn grootmoeder langs vaders kant een belangrijke rol.'',,'s Zomers ging mijn moeder met de familie Marievoet naar Wemmel, naar de buiten. Net voor de Tweede Wereldoorlog hebben ze zich daar definitief gevestigd. Had mijn moeder tussen twee natte onderbroeken van meneer Marievoet niet in de ogen gekeken van mijn vader die bij de Marievoets in het zwart aan het bijklussen was - hij maaide er het gras - dan was er vandaag van mij geen sprake geweest.'',,Wie was mijn vader? Jan van 't Jenevelken van Pruis! Jan Verminnen. Zijn vader, mijn grootvader dus, werd Jenevelken genoemd. Zijn grootvader, mijn overgrootvader, noemden ze Pruis omdat hij een snor had als de Pruisen.'',,Mijn vader en moeder trouwden en trokken in bij de familie Marievoet. Ze kregen drie kinderen, en toen kwam de oorlog. Mijn vader moest haar Duitsland. Na de oorlog zijn er nog twee kinderen geboren: mijn broer Paul, die ingenieur is en in Brazilië woont, en ik.'',,Later, als beloning voor haar werk, mocht mijn moeder in het centrum van Wemmel wonen, in een huis van de familie Marivoet. We moesten geen huur betalen, voor een huis dat evengoed van een notaris of een hoofdonderwijzer had kunnen zijn. Wij leefden als kinderen van rijke ouders terwijl wij altijd redelijk onbemiddeld zijn geweest. Mijn moeder heeft het altijd zo kunnen regelen - vandaar dat ik haar prinses noem - dat er van enige armoede nooit een spoor is geweest. Natuurlijk reed ik op een fiets van mijn oudere broer en gebruikte ik de schooltas die hij al had gebruikt, maar ik heb nooit gevoeld dat wij de kinderen waren van een eenvoudig arbeiderskoppel.'',,Moeder - ze wordt straks 97- is al twintig jaar weg uit het huis op nummer 108. Het doet vreemd, zo opnieuw voor die deur te staan. Ik herinner me dit huis als een plek vol warmte die nu helaas steeds minder warmte geeft. Mijn vader is dood, mijn moeder zit in een rusthuis. Ik heb een broer dood en een broer die ik zelden zie. Ik heb het geluk dat ik niet in dit dorp ben blijven hangen, waardoor ik het heb leren loslaten. Want dat is het leven: voortdurend loslaten.''***,,Ik heb een mooie jeugd beleefd, zoals zovelen van mijn generatie, denk ik. Er was één jeugdbeweging waar je automatisch lid van werd. Eén voetbalclub ook: Vlug Op Wemmel, waar ik de schoenen van mijn broer afdroeg. Er was één cinema, de Lido, waar ze alleen aftandse familiefilms draaiden. Eén keer per jaar was er in het openluchttheater in het gemeentepark een voorstelling van het Reizend Volkstheater, dat dan Jeanne d'Arc of zoiets speelde.'',,Ook één keer per jaar: een voordracht over de missies. Dat vond ik niet boeiend, dus trok ik vanaf mijn veertiende mijn parkajas aan en was ik weg, naar Brussel. Met de tram, het vredesteken op mijn jeans genaaid. Het dorp was te klein geworden, Brussel was de vrijheid!'',,Wemmel en Brussel waren toen al aan elkaar gegroeid. Als je de ringweg om Brussel overstak, was je bij de bollen van het Atomium, samen met de tetten van Koekelberg en van het Palais de Justice de drie erotische symbolen van de hoofdstad. Drie kilometer en je was in Brussel, zeven kilometer en je stond in het centrum. Mijn seksuele opvoeding heb ik genoten op het laatste stukje van de tram, want dat ging door de hoerenbuurt van het Noordkwartier. De vrouwen voor de ramen, met hun diepe décolletés, gaven ons de seksuele opvoeding die we thuis niet kregen.'',,Van daar ging het naar La Maison Bleue, de enige platenwinkel aan het Noord. Daar kocht je één plaat en stak je een tweede gratis onder je parka. Daarna gingen we in de undergroundcafés zoals Le Floriot, Le Petit Blanc en De Welkom. Daar dronken we zure witte wijn en luisterden we naar duivelse muziek, zoals de mensen van het dorp dachten.'',,Het was de tijd dat ik bij de Chiro was en na de bijeenkomsten of na de jeugdmissen op zoek ging naar de meisjes van de Chiro. De eerste vrijages en het hevige verlangen om snel ouder te zijn, want dan mocht je meer. Terwijl je vandaag opnieuw die adolescent van vroeger zou willen zijn.''***,,Elk jaar kom ik wel eens terug naar Wemmel om er op te treden. Dan zit de zaal voor de helft vol met mensen die ik ken van vroeger. Dat heeft iets. De mensen zijn er nog - hoewel, dat begint ook aardig te schuiven - maar het dorp Wemmel is weg. Wemmel is een slaapstad geworden, a suburb, een voorstad van Brussel. En dat gaat zo maar verder. Brussel breidt almaar uit, als een olievlek. Je ziet dat overal ter wereld: de steden schuiven op en het platteland verstedelijkt.'',,De bouwpolitiek en alle generaties voor ons zijn daar mee schuldig aan. De lintbebouwing, het gebrek aan open ruimte. Het zijn de politici voor ons en die van vandaag die dat allemaal hebben toegelaten. Doen wat je wilt, bouwen wat je wilt. Op het moment zelf klinkt dat sympathiek. Een duivenkot in zeventien verschillende kleuren? Doe maar! Maar nu kijken we daar naar en zeggen we: wat hebben we toch gedaan? Tja, te laat, hé!'',,Ik heb het dorp - sommige mensen moeten lachen als je vandaag Wemmel een dorp noemt - nog gekend met weggetjes waarop boeren met paard en kar voortbewogen. Aarden wegen en kasseiwegen - weet jij hier nog ergens één kassei liggen? Ja, nog één stukje. C'est tout. In de plaats hebben we hier EU-ambtenaren gekregen, chique villa's en dure auto's. De taal van dit dorp is veranderd. Het is Frans geworden. Dat is de realiteit. Dit dorp is niet meer het dorp van mijn jeugd. We zijn er niet op vooruit gegaan.''***,,Ik ging naar de gemeenteschool, een klein dorpsschooltje. Ik herinner me een van mijn onderwijzers, meneer Vanden Bempt. Die was vaak afwezig, want hij was de trainer van de nationale hockeyploeg. We hebben op het gebied van hockey nooit iets voorgesteld, maar hij is wel met zijn ploeg naar de Olympische Spelen in Melbourne getrokken!'',,Elke ochtend moest ik bij hem komen. Ga eens een stuk chocolade halen. Hij gaf me geld en ik verliet de klas, de speelplaats en de school. Elke dag ging ik voor hem naar de snoepwinkel om een stuk Martougin, een van de beste chocolades die er zijn. Melkchocolade met noten moest het zijn, in zo'n doorzichtig papiertje. Elke keer kreeg ik van hem een stukje. Formidabel!'',,Van meneer Vanden Bempt hebben we nog een tijd - uit plaatsgebrek, denk ik - in een lokaal van het gemeentehuis les gekregen. Helemaal afgezonderd van de school. Onze speelplaats was dan het gemeentepark. We voelden ons anders dan de andere leerlingen, dat sprak!'',,Na het lager onderwijs in Wemmel ben ik naar een katholiek college in Jette gegaan. In het begin met de bus, maar snel daarna met de fiets. De meisjes gingen met de tram. Wij fietsten achter de tram aan om hen te impressioneren. Jaja (mijmert).'',,Bij de poësis heb ik de school verlaten, naar de toneelschool, het conservatorium! Tijdens mijn eerste jaar daar nam ik deel aan de Ontdek de Sterwedstrijd van de toenmalige BRT. De rest is geschiedenis.''***,,In de kerk ben ik misdienaar geweest, 's ochtends vroeg, ook op weekdagen. Dan moest ik vroeger weg omdat ik de bus naar school niet mocht missen. Maar eerst glipte ik nog even de sacristie binnen om er van de miswijn te proeven.'',,In het Hooghuis heb ik vroeger vaak gejamd met muzikanten van allerlei slag. Hier dronk ik Rodenbach met grenadine, zo vlakbij huis en rechtover de kerk. Dat kon toen allemaal, ook al voelde ik overal de controlerende ogen van de buren. 't Is vandaag niet anders, ook in Hansbeke waar ik nu woon. Dan zeggen de buren: 't Was vroeg hé, vanmorgen? Dan zeg ik: Allez, was jij dan al wakker?'',,Ach, wat is Wemmel vandaag nog voor mij? Het is zoeken naar wat er niet meer is. Die keren dat ik van mijn moeder mijn vader moest gaan zoeken. Die zat bij de mensen, op café, waar hij een pint dronk en ik van hem een stuk chocolade kreeg. Wemmel? A la recherche du temps perdu. Ja, dat is het.''



© Corelio







Testbericht

Bron: De Standaard (14/02/2006)

Het bericht komt hier.



Over de overleden Bram Vermeulen

Bron: Het Nieuwsblad (06/09/2004)

Johan Verminnen kende de overleden Bram Vermeulen al heel lang. "We hadden dezelfde organisator en liepen elkaar wel eens tegen het lijf." In de loop der jaren groeide tussen de twee een diep respect. Vermeulen zong de titelsong van 'Spelers & Drinkers', als eerbetoon aan Verminnen. "Vermeulen was onwaarschijnlijk talentvol. Songs als 'Rode Wijn' koester ik heel diep in mijn hart. Pijnlijk is dat ik maandag (06.09 nvdr) had afgesproken. Ik hoorde het nieuws van zijn overlijden net op het moment dat ik het graf van Georges Brassens wou bezoeken (die ligt begraven in Z-Frankrijk: Sète). Van Bram Vermeulen zal ik me zijn mooie liedjes en weerbarstige stem herinneren. Een artiest met een eigen authentiek geluid, geen kloon van iemand anders..."



"Als ik een prinses ben, dan ben jij een prins"

Bron: Gazet van Antwerpen (17/04/2004)

"...Blijkbaar hebben de jongsten van het gezin tot taak verslag uit te brengen van de geschiedenis", zei mijn vriend Stef Bos onlangs. "Jij bent de jongste van het gezin, ik ben de jongste. Frank Boeijen en Chiel Van Berckel (nvdr 'Wacko') evenzo." Stef heeft niet voor niks 'Papa, ik lijk steeds meer op jou' geschreven.

Het boek is een familiekronike. Het gaat dus ook over mij, maar niet te veel. Het is niet bedoeld als autobiografie. Moeder was heel gegeneerd toen ze de eerste 15 pagina's had gelezen. En nu: een boek! Terwijl zij een meisje was dat nooit de kranten haalde, zoals ik zing. Aan het eind van haar leven haalt ze die dus wel.(glimlacht)...

"...Het zit bij haar ingebakken dat ze onbelangrijk is. Terwijl precies mensen als mijn moeder de wereld laten draaien en geschiedenis schrijven. Niet de oorlogsvoerders en de lapzwansen in het parlement. Zij is veel meer prinses dan de vrouwen die de echte titel dragen..."



* Wat betekent 'moeder' voor jou? *

"Une mère, c'est comme la mer, elle vous prend dans ses bras. Un père, c'est comme la terre, il vous nourrit. Een moeder is als de zee, ze wiegt je in haar armen. Een vader is als het land, de aarde waarop je groenten teelt. De zee wast alles proper, wat er ook in haar terechtkomt. Ze is oneindig, kan smeerlapperij verdragen. Het land wordt afgevreten. Het zijn de moeders die regeren."



* 'Mijn moeder, ik zag haar wenen, maar alleen vanbinnen', zing je *

"Ik heb mijn moeder nooit zien huilen. Bij mijn moeder was het slikken en verteren. Ze sloeg haar verdriet als een sjaal om haar schouders."



* Lijk je op je moeder? *

"Uiterlijk lijk ik het meest op mijn vader. Innerlijk hoop ik op haar te lijken: voldoende om mijn hart groot genoeg te maken voor andere mensen. Ik besef dat het niet zo groot is als het hare. Bij mij zit er nog te veel rancune in. Mijn moeder kent geen bitterheid."



* Je beschrijft haar verder als sussend, troostend, zachte blik in de ogen, engelengeduld, een prinses *

"Ze kon aan mijn blik raden hoe het met me ging. Een ongelukkige liefde? Ze voelde het. Ze luisterde, troostte. En toch was zij de chef van de familie. Ze waakte als een kloek over haar kinderen. Ze was la mamma. Niet omdat ze het hoogste woord voerde, maar omdat ze het eigenlijk toch voor het zeggen had. Vader deelde de bevelen mee en die werden dan tot de juiste proportie gebracht door moeder. Zij regelde het volume. Haar gezin was haar geluk. Werken en nog eens werken, dat is steeds haar leven geweest. Pas op haar dertigste zag ze voor het eerst de zee!"



* Je trekt een parallel tussen je moeder die op haar veertiende naar Brussel trekt om te gaan dienen en je eigen vertrekt richting 'Vierhoog in de wolken' *

"Bruxelles, c'était mon Amérique à moi. Zestig jaar na mijn moeder trok ik net als haar naar de hoofdstad om mijn leven een nieuwe wending te geven. Ik heb toen vaak aan haar gedacht, hoe zij in diezelfde stad volwassen was geworden. Hoe ze zich, ver van haar ouderlijke huis, een weg baande door de jungle van de hoofdstad en het leven."



* Wat doe je tegenwoordig met of bij moeder thuis *

"Koffiedrinken. Ik spring dikwijls binnen op de middag. Of ze haalt de wijn boven die ik ken van alle communiefeesten: een St-Emillion. En dan vraag ik: 'Hoe is het met u? En met uw zus, tante Joske?' Zij vraagt dan: 'Moet ge geen geld hebben? Hebt ge te kort?' Soms ga ik tussen twee optredens door bij haar slapen. Dat is een hoogdag voor haar. Nog gaat het licht aan wanneer ik om drie uur 's nachts binnenstap. 'Of ik wat wil eten?' Tot voor kort verwende ze me met spek en eieren als ontbijt. Maar we hebben de gasfles laten ontkoppelen, omdat ze het vuur soms vergat uit te zetten."



* Is Johan nu het luisterende oor geworden? *

"Ik kan soms iets regelen. Dat er een verpleegster komt om haar te wassen, bijvoorbeeld. 'Dat is niet nodig', zei ze, 'dat kan ik zelf toch?'

'Ja moeder, maar soms val je terwijl je je wast.'

Van mij aanvaardt ze dat meer dan van mijn zussen."



* Waar is je moeder gevoelig voor? *

"Eén ding: dat de kinderen blijven samenhangen. Dat én de telefoons van mijn broer Paul die in Brazilië woont."



* Je tekent een mild moederportret. Heeft zij geen negatieve kanten? *

"Mijn moeder was waarschijnlijk heel behoudsgezind. Het is met haar kinderen niet helemaal gelopen zoals ze had gewild. Bert en ik bleken twee artistieke buitenbeentjes, maar ze heeft het wel geaccepteerd. We bleven welkom."



* Je (moeder)liedjes zijn gedichten, toch? *

Bij liedjes moet muziek komen. In grootse gedichten zit muziek. Da's het verschil. Rutger Koplands ontroerende gedicht 'Jonge sla' zouden ze moeten voorlezen op het proces Dutroux en daarna onmiddellijk de debatten stoppen en straffen uitspreken. Mijn moeder is een zoon verloren. Die mensen zijn een dochter verloren en ze weten niet eens in welke omstandigheden."



* Wat doe je als Elisabeth straks honderd wordt? *

"Dan gaan zij en ik gewoon in de natuur zitten bij mooi weer. Onder een klein afdakje, voor wat schaduw. En dan mag ze in slaap vallen, voor altijd. Geen probleem. Ik wil mijn moeder niet zonodig in het Guinness Book of Records krijgen..."



(journaliste: Martine Cruyt)



"Tegenlicht is een mooie plaat, een van Verminnens betere"

Bron: De Standaard (22/10/2003)

Uit 'De Standaard': 'Het credo van Verminnen'

...Hierover gaan de liedjes op 'Tegenlicht': de idealen van de jaren zestig zijn op teleurstellingen uitgelopen, vriendschappen konden niet uitbloeien, van zijn vader heeft hij niet echt afscheid kunnen nemen. Het is een verslag van wat de 'rat race' hem aangedaan heeft. "Je kent de volle agenda. Je dochter wordt 17 en je vraagt je af wat je tot nu toe aan haar leven hebt bijgedragen."...



..."Wie de waarheid zegt, krijgt er nog steeds van langs", zingt hij boos in een bedrieglijk stukje zuiderse swing. "De mensen van mijn leeftijd hebben nu de macht en moet je zien hoe ze hun idealen verloochend hebben", zegt hij. "De hypocrisie regeert. We leven in de oude maatschappij met een ander omhulsel. Ik heb nog gezongen voor 400.000 mensen die betoogden tegen de raketten en de volgende dag werden ze gewoon geplaatst." Daarom staat hij op een podium, zegt hij. "Om het hen te zeggen. Ik ben ten dele een protestzanger. Al vermoeit het wel."...



...Valt het mee om als zanger ouder te worden in Vlaanderen? Hij wilt de vraag en citeert zijn vriend Wannes Van de Velde. "Voor de media is het een probleem. Tussen je vijftigste en zestigste ben je te oude. Daarna word je plots een monument, maar dan heb je geen zin meer."



...Tegenlicht is een mooie plaat, een van zijn betere. Ze bevat dertien liedjes waarin het hele stilistische palet van de zanger aan bod komt. Blues en chanson, swing en zuiderse ritmen uit Kaapverdië en Argentinië. Wat Keltische kleuren door het fluitwerk van de nieuwe aanwinst Peter Derudder. En zowaar een stukje fanfare in het slotnummer, waarin hij mijmert bij de herinnering aan het dorpsleven van vroeger..." Op het liedje 'Een beetje dorp' hoor je een fanfare, hé. Wel, die is ingespeeld door twee mensen. We zijn om 10 uur begonnen, om 14 uur was alles klaar, om 16 uur stond mijn stem erop en was de track gemixt. Ik denk dat Piet Goddaer flauwvalt als hij zoiets hoort."

Hij is van de oude stempel, in de positiefste zin. Drie keer tekent hij op zijn nieuwe plaat types uit die in de samenleving van vandaag als losers gezien zouden worden, maar die Johan Verminnen met tederheid bekijkt: de dronkaards die gelukkig zijn in hun beperkte werled, de straatmuzikant die in het zuiden rondtrekt, de oude jazzmuzikant in zijn kleine clubs. "Ze zijn vrij, ik niet. Ik heb mijn hele slakkenhuis steeds mee. Artiest, bedrijfsleider, gesprekspartner. Ik leef in een soort gevangenschap."

Eigenlijk zijn zijn thema's steeds dezelfde. "Ik heb die gedachten altijd gehad", zegt hij. "Stef Bos zei het me zopas nog, over deze plaat: dat ik nu in het net gemaakt heb wat ik vroeger in het klad deed."...



(door Peter Vantyghem, foto Herman Ricour)

(22.10.2003)



Uit interview Johan Verminnen in Goed Gevoel, oktober 2003

Bron: Goed Gevoel oktober 2003 (20/10/2003)

“…Tegenlicht is het licht dat van achter een object of persoon komt, het licht dat het publiek belicht. Het publiek is voor een artiest het allerbelangrijkste. Zonder dat publiek bestaat een artiest niet meer. Dat klinkt misschien wat zeemzoeterig, maar als we de situatie van vandaag bekijken: muziek komt op televisie nauwelijks aan bos, is in de media vrijwel aanwezig, wordt bedreigd door piraterij, thuis kopiëren, frauduleuze verkoop van gekopieerde cd’s… Dan zou muziek vandaag toch niet overleven, mocht het publiek er niet zijn? Dat is de boodschap die ik wil brengen. Een hommage aan het publiek dat in de zaal zit en een ticket koopt. En dat al ongeveer 34 jaar voor mij doet…”


Goed Gevoel:“Je geeft jezelf erg bloot in je liedjes. Vind je dat niet moeilijk?”
“Neen, dat is niet moeilijk. Integendeel, je kent jezelf. Je bent kwetsbaar, dat is waar. Op mijn nieuwe cd staat een lied ‘Dit is mijn leven’: dit is mijn leven, ik erken het. Dit is mijn leven, onvolmaakt, maar ik heb het zelf zo gemaakt… Het is een van mijn basisliedjes. Ik ben ervan overtuigd dat ik mijn leven zelf heb gemaakt zoals het is, dat het niet de anderen zijn. Met die gedachte zijn de meeste mensen het niet eens. Zij zeggen: het is door omstandigheden. Ik pleit geen verzachtende omstandigheden…”

Goed Gevoel:“Welke dromen moet jij nog realiseren?”
“Toen ik een jongen van 10 was, speelde ik al in een groepje, het Klaverke. We waren met zijn drieën, speelden gitaar en zongen covers van Boudewijn De Groot en Bob Dylan. Mijn droom was toen van zingen mijn beroep te maken. Die droom heb ik kunnen verwezenlijken, maar die droom wordt nog elke dag bedreigd. Ik leef in een soort jungle. Ik ken de jungle. Ik kan overleven, maar ik weet ook dat zelfs diegene die de jungle het best kent, in de rug kan worden aangevallen door een poema. Ik droom ervan op een waardige manier mijn droom te kunnen voortzetten…”

(verder in het interview: Johans favorieten, Johans favoriete voorwerpen,…)

(* door Sylvie D’Hoore, foto’s Annick Geenen)

(selectie 19.10.2003)