Johan

Balzaal van mijn jeugd

Tweemaal woordwaarde

OH, BALZAAL VAN MIJN JEUGD
(J. Verminnen)

Een jongen van zestien
met een gezicht vol pukkels
en een versleten jeans
wie wil er naar hem luisteren
hij speelt zijn verdriet maar weg
op een tweedehandsgitaar
ook al roept zijn vader kwaad
kan het niet nog wat luider

REFREIN
oh, oh, ooh balzaal van mijn jeugd
al heb ik dan nooit gedeugd
‘k herinner me nog als vandaag
wie op dat podium wou staan
oh, oh, ooh balzaal van mijn jeugd
wat deed het me toen al deugd
dat ik maar een zanger was
en niet de eerste van de klas

een jongen van zestien
die is hopeloos verliefd
op een meisjeslach
hij denkt aan haar de hele dag
hij speelt zijn verdriet maar weg
al ruilde hij met veel plezier
platen met de hits van toen
voor warme natte zoenen

oh jongen van zestien
met je gezicht vol pukkels
en je versleten jeans
ik wil wel naar jou luisteren
speel je verdriet maar weg
op je tweedehandsgitaar
al roept er iemand uit de zaal
zeg kan het niet wat luider