Johan

Brussel en les bonbons

Over mensen, boten en steden

BRUSSEL EN LES BONBONS
(J. Verminnen) (J. Brel)

Mijn Brussel, ‘k zit in je binnenzak
Een warme jas, je binnenstad
Die mij omarmt
En verwarmt als vroeger
Toen ik verdwaald en lusteloos
Jouw geborgenheid verkoos
Al zijn mijn dromen
Nu wat droever

Hier kende ik mijn eerste lief
Mijn eerste droom, eerste verdriet
Hier kerfde ik haar naam nog in jouw bomen
Hier had ik vrienden, liep ik school
En raakte ook nog op de dool
Hier voelde ik me zo vaak verloren

Mijn Brussel al ben je erg ziek
Een mollepijp, een braakland
In ruïne ken ik jou niet
Ach jij bent vreemd veranderd
Al ben je als een lelijk huis
Toch voel ik me hier veilig thuis
Als nergens anders

Hier kende ik mijn eerste lief
Mijn eerste droom, eerste verdriet
Hier kerfde ik haar naam nog in jouw bomen
Hier had ik vrienden, liep ik school
En raakte ook nog op de dool
Hier voel ik me nu nog zo vaak verloren

Mijn Brussel ik verlies me weer
En loop je straatjes op en neer
het zijn jou duizend armen
Hoe vaak liep ik hier toen
Niks om handen, niks te doen
Gewoon mijn tijd wat te verdromen

Hier kende ik mijn eerste lief
Mijn eerste droom, eerste verdriet
Hier kerfde ik haar naam nog in jouw bomen
Hier had ik vrienden, liep ik school
En raakte ook nog op de dool
Hier voelde ik me zo vaak verloren

Je vous ai apporté des bonbons
Parce que les fleurs c' est périssable
Puis mes bonbons sont tellement bon
Bien que des fleurs soient plus présentables
Surtout quand elles sont en boutons
Moi, je vous ai apporté Jacques Brel ses bonbons

J'espère qu'on pourra se promener
Et que madame votre mère ne dira rien
On ira voir passer les trains
Et à cinq heures je vous ramènerai
Oh, quel beau dimanche, allé, pour la saison
Moi, je vous ai apporté Jacques Brel ses bonbons

Et nous voilà sur la Grand' Place
Sur le kiosque on joue Mozart
Mais celui-là n’est-il pas par hasard
votre ami Léon
Est-ce que vous voulez vraiment
que je lui cède la place
Moi, je vous ai apporté des Leonidas