Johan

De Roos

Solozeiler

DE ROOS
(Amanda McBroom / Vertaling: J. Verminnen)

Men zegt van liefde dat ze zacht is
als een lief en teder woord
Men zegt van liefde dat ze hard is
en zo vaak het geluk vermoordt
Men noemt haar hunker een verlangen
Men noemt haar redder in nood
Ik zeg dat liefde als een bloem is
waarop de zon haar stralen strooit

Ze is het hart, zo bang en breekbaar
zo wankel en zo broos
Ze is de droom, bang voor ’t ontwaken
omdat ze dan de waarheid hoort
Ze wacht op wie haar nu wil plukken
op wie haar tranen steelt
Zo bang om vroeg te sterven
voor ze werk’lijk heeft geleefd

En is de nacht zo koud en eenzaam
Duurt het wachten veel te lang
Denk dan maar dat geluk alleen is
voor wie er hevig naar verlangt
denk dan maar dat bitt’re winters
en dikke lagen sneeuw
nog nooit hebben verhinderd
dat de roos hen overleeft