Johan

De tuin

Tegenlicht

DE TUIN
(J. Verminnen)

In een tuin ben ik geboren als een arme rijke luis
Omringd door een veld vol koren in een sterk en veilig huis
Mijn vader was een werkman die met z’n handen alles kon
Tot een laffe dood hem meenam op een middag met veel zon

In die tuin, mijn kamp, mijn woning, dat warm nest, heb ik geschuild
heb ik, de piratenkoning, om hem stilletjes gehuild
Om die sterke grote handen, om die stem die ‘k nooit meer hoor
Om mijn jeugd, die op moest branden, om de onschuld die ‘k verloor

In een tuin onder de bomen speel ik met een vrolijk kind
In een zomer die niet wou komen maar nu plotseling begint
Papa, bouw een kamp, een woning, voor mijn poppen en voor mij
Jij bent de piratenkoning en vaart op jouw schip voorbij

In een tuin ben ik geboren als een arme rijke luis
Omringd door een veld vol koren in een sterk en veilig huis
En de wind ruist door de bomen en vertelt een oud verhaal
Over de mensen die hier woonden, ze verdwenen allemaal

En de wind ruist door de bomen en vertelt een oud verhaal
Over de mensen die hier woonden, ze verdwenen allemaal
Mijn tuin