De zee & Een troepje mensen in de kou

Foto Jo Clauwaert
NIEUWS
08 Jul 2026

De zee

De zee
En als alles weer misloopt, dan vlucht ik naar de zee. Ze kent nooit rust, ik ook niet, dat maakt er dan toch al twee. We schuimbekken in koor. Dat is wat ik doe om dingen te verwerken. In mijn meeuwennest op de elfde verdieping in Oostende kijk ik naar haar weidsheid en vaar ik in gedachten met alle schepen mee. Waar ze ook naartoe gaan, is niet van belang, waar ze aankomen evenmin. Er overvalt mij telkens een onbestemd verlangen, wat Portugezen verwoorden in dat wondermooie woord ‘saudade’. In mijn hart klinkt dan een lied van Amália Rodrigues of Cesária Évora, en een verre noot van een bandoneon.

De fado klinkt als de blues; dat is wat ik voel als ik de wereld niet meer aankan. De zee troost mij en haar bries waait mijn zorgen weg. Al voel ik mij soms alleen tussen die massa toeristen die mij passeren op de dijk en die van Oostende soms een beetje Benidorm maken. Hier strompel ik dan, leunend op mijn wandelstok, tegen de wind en de stroom in. De zeelucht loutert mij, zoals ze dat deed in het revalidatiecentrum De Klief, waar ik moeizaam weer leerde stappen en herstellen. Ik leek toen wel op aangespoeld wrakhout, door een jutter op het strand vergeten. Ik vlucht naar haar toe, en als ik haar weer verlaat, lijk ik opgelucht – ook al vraagt ze waarom ik niet blijf!

Mijn hart schreeuwt boven de wind uit naar haar en zij naar mij; daar zijn zeeën voor. Als het binnenland weer nadert en ik haar achter mij laat, kom ik weer tot rust en is het alsof mijn verdriet in haar golven is verdwenen. Ik kan haar niet missen, mijn ‘Brussel aan zee’. Ik kom altijd terug; qua liefdesverklaring kan dat tellen. Ja Salvatore en Arno: “J’aime les filles du bord de mer.”

Nu nog een maatje en nen halve kilo versgepelde ‘geirnaars’… Putain, putain, c’est vachement bien!

Een troepje mensen in de kou

Een troepje mensen in de kou – of liever onder een verzengende zon – zullen we zijn op maandagmiddag, als de as van mijn dierbare vriendin en toeverlaat Jeanine zal worden uitgestrooid onder haar lievelingsboom in haar tuin in Neerpede. Uit wie bestaat dat troepje? Familie en kennissen die verweesd achterblijven. Eigenlijk heb ik plots weer zin om naar zee te rijden, om mijn verdriet te laten wegspoelen door haar golven.

Catherine heeft me gelukkig gebracht naar dit droevige evenement, want ik geloof dat ik dat zelf niet had gekund. Een groot deel van mijn leven wordt nu afgesloten. Mijn jeugd rijdt nu definitief voorbij, als in een lijkwagen in veel te druk verkeer. Ik groet bekenden, maar ben sprakeloos bij zoveel emotie. Ik snak naar de rust van mijn landschap thuis en kan mijn tranen moeilijk verdringen.

Misschien bestaat er in de hemel een eerste klasse voor onbaatzuchtigen; dáár hoort Jeanine thuis. Ik nip op haar leven met een wit wijntje, waarvan ze zelf zeker zou hebben meegedronken. Ik rook een sigaret en vraag me af hoeveel keren ze zei dat ze net gestopt was, om er vervolgens toch nog eentje uit mijn pakje op te steken. Ik denk aan haar man Roel, die ooit mijn beste vriend was.

Door mijn ziekte ben ik gevoeliger en emotioneler geworden. Ik huil makkelijker en pieker veel meer dan mij lief is. Ja, ik ben veranderd, maar ik hoop toch een beter mens te worden. Een hart zo groot als dat van Jeanine heb ik niet. Ik mis haar en hoor in mij dat muziekje dat Patrick Steenaerts schreef naar aanleiding van haar overlijden. Als ik thuiskom, zet ik de cellosuites van Bach op en laat ik mijn tranen vloeien. Waarom, Jeanine, waarom? Omdat!

Johan Verminnen